Tielt roemt 85-jarige dichter Walter Haesaert met koffie en gedichten in het stadscentrum

Op maandag 13 januari is dichter Walter Haesaert 85 jaar. Op die feestelijke dag krijgt de meest bekende dichter van Tielt niet alleen koffie door de stad aangeboden, maar maakt het stadsbestuur van de gelegenheid gebruik om acht van zijn gedichten in het stadscentrum te plaatsen. Die blijven staan tot 5 februari, het einde van de Week van de Poëzie.

Onderstaande tekst en foto komt uit Schrijversgewijs. Hoofdfoto: Paul Rigolle.

BIOGRAFIE

13 januari 1935: Geboren te Merendree.

Studeerde Latijn-Grieks aan het Sint-Jozefscollege in Tielt, daarna voor letterkundig regent aan de Rijksmiddelbareschool te Tielt

1965: Bij Kentaur te Antwerpen verscheen zijn roman ‘Vivomanen’.

1967: Debuteerde als dichter met Kleine Prins, poëzie waarin thema’s als eenzaamheid en dood vanuit een sterk melancholiek levensgevoel worden beschreven, maar ook momenten van een intens geluksgevoel.

In Poëziekrant 5/2015 merkt Stefan Van den Bossche op dat Haesaerts eerste gedichten een grote mate van verwondering bevatten – Saint-Exupéry is nooit ver weg. Hij geeft als voorbeeld het mooie Testament II:

Er zijn zo weinig dingen
die ik heb begrepen, hoe de vogels
  zingen,
waarom mijn vader ouder werd
en zoveel mensen naar de oorlog
  gingen.

[…]

Want dagen zijn slechts kleine
  openingen.
’s Avonds gaat de straatverlichting uit
en hangen sterren als verloren ringen.
  Dromen slapen zijn verborgen
  oefeningen
van de dood een vrouw, mooi naar
  verluidt.

Er ligt in deze poëzie veel voor de hand, schrijft Stefan van den Bossche, maar bij nader toezien is het helemaal anders, zoals blijkt in de slotstrofen van datzelfde ‘Testament II’:

Kijk, hoe de meeuwen langs de hemel
  kruipen,
hoe vreemde mensen in de steden
  sluipen.
Ik ben een ladder van verleden tijd.

Er zijn zo weinig dingen
– en allen naar de oorlog gingen –
kinderen van zovele rekeningen.

1969: Twee jaar na zijn debuut verschijnt de bundel Droevig feest

  • De poëzie van Haesaert vertoont een esthetische gerichtheid die samengaat met een grote taalvirtuositeit, zoals bijvoorbeeld tot uiting komt in de bundels Droevig feest (1969) en Koudbloedig (1970). Latere poëzie, Over warme en koelere gronden (1972) en Langzaam naar het zand (1976), vertoont een sterkere aanvaarding van het leven. (bron:

Haesaert schreef ook proza, zoals de romans Vivomanen (1965) en Regenvogels (1970). Vooral zijn originele en fijnzinnige dierenverhalen uit Onder de dierenriem (1974) werden zeer gunstig ontvangen.

Haesaert werkt ook als literair criticus en vertaler.

Walter Haesaert publiceerde in diverse literaire tijdschriften, o.a. Dietsche Warande en Belfort en het Nieuw Vlaams Tijdschrift.

1979: Haesaerts laatste bundel Een warme holte, bevat 31 titelloze gedichten. Ook de afdelingen blijven zonder titel. Het ene gedicht lijkt een spiegel van de andere, en alle openen met de versregel: ‘Zij was de tederste van alle tederheden’.

Dan volgt een lange stilte.

2015: Dichter Walter Haesaert viert op 13 januari zijn 80ste verjaardag en bij die gelegenheid verschijnt zijn verzameld werk onder de titel “droevig feest“. In de jaren ’70 was Haesaert, samen met Hugo Claus, onze meest bekroonde dichter.

MEER OVER WALTER HAESAERT

  • Spillebeen, ‘De dichter Walter Haesaert’, in: Ons Erfdeel 16 (1973) 4, p. 97-100;
  • Paul Hardy, ‘Walter Haesaert’, in: Bij benadering. Dagwerk van een recensent (dl 1, 1973), p. 297-302;
  • Handtpoorter, ‘Walter Haesaert’, in: P. Huys (red.). Oostvlaamse literaire monografieën (dl 8, 1986), p. 129-159;
  • Brems. Walter Haesaert: “Zij was de tederste van alle tederheden” (1996).

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *